Nu zwelg ik eerst een poosje in mijn verrotte chemorans, vastbesloten om snel mijn feniks-vleugels weer uit te slaan!
4

Mijn chemo-effect: een vluchtige bipolaire kortsluiting

Het laatste chemo-uitje zit er op. Gisteren werd ik in het Martiniziekenhuis routineus voor de zesde keer gemetamorfoseerd van een shiny schepsel naar een patiënt in pyjama, vastgeketend aan infuus en koelkap. Vooralsnog voor de laatste keer is een gifshot mijn lijf ingedruppeld en kon ik vijf uur later voor de laatste keer de rijp van mijn koude, helaas toch behoorlijk kalende kop wissen.

Er is beter tijdverdrijf denkbaar.

Toch kijk ik allerminst met een akelig gevoel terug op mijn bezoekjes aan oncologie-afdeling 1C.

Dat is te danken aan de opgewekte en vaardige verpleging, maar bovenal aan mijn dierbare chaperonnes. De eerste ronde zat mijn kersverse man betrokken naast mijn bed.  Maar omdat hij naast een zieke vrouw ook een eigen leven heeft, trad daarna een bonte stoet van vriendinnen en (schoon)zussen aan. Beurtelings vergezelden ze mij bij mijn anti-kanker-tripjes en verenigden we het nuttige met het aangename in optima forma.

Vriendin N. in het bijzonder zorgde op een middag voor onvergetelijke afleiding toen zij na een uurtje prompt met een luide kreun ineenzakte in haar bezoekersstoel.

De haastig toegesnelde, verpleging kreeg haar niet direct weer bij positieven. Paniek in de tent. Drie man/vrouw sterk tilden haar op en lieten haar, niet al te zachtzinnig, landen op het bed naast mij. Daar kwam zij langzaam weer bij kennis, om mij na haar eerst verzuchting (‘Wat gênant’) zwakjes en lethargisch toe te voegen: ‘Ik wilde ook graag wat aandacht’.

Het plotse wegkwijnen werd vermoedelijk noch door naalden noch ziekenhuislucht veroorzaakt, want daarmee is N. helaas ook genoegzaam bekend. Aanleg, vermoeidheid en een lege maag speelden haar waarschijnlijk parten.

Rust, ranja en bouillon, boden soelaas, maar konden niet verhinderen dat mijn getroebleerde vriendin het grootste deel van de opname horizontaal naast mij doorbracht.

Solidariteit ten top!

Afgezien van deze enerverende onderbreking, waren de behandelmiddagen behalve noodzakelijk gedoe ook oprecht gezellig. Met grappen en gekeuvel over kinderen, kennissen en carrière, over mannen en het nieuws van de dag, waarbij het infuus als dorpspomp fungeerde.

Pas nu, ruim een etmaal later, wordt het stilaan minder gezellig. Spreken gaat stroperig.

Prikkels, in het bijzonder die van drie driftig door elkaar ‘mama, mama’ roepende kinderen die strijden om wie het eerst verslag mag doen van een losse veter /een herinnering van drie jaar geleden (in vier episodes) / kriebel in de buik / een koe in de wei, verdraag ik minder en minder. (Waarom o waarom, is die stortvloed aan schelle stemmen altijd als eerst gericht op het vangen van mijn aandacht, zelfs als de feitelijke, onvervalste papa pal naast mij zit?)

Enfin, De Dexamethason (anti-misselijkheidsmedicatie) zorgt nu nog, behalve voor een vurig hoofd, vlekken in mijn hals en erbarmelijke onrust voor een restje energie om tot diep in de nacht te typen. Dat is morgen voorbij, weet ik uit ervaring. Vanaf dan ben ik een paar dagen gevloerd. Een ondergedoken, zweterige zombie.

Meer dan ooit merk ik in die weinig opwekkende dagen in bed hoezeer lichamelijk en mentaal welbevinden met elkaar verbonden zijn.

Telkens als ik terugkijk op zo’n brakke week denk ik: ‘dat viel eigenlijk best mee’. Dan ben ik blij met de herwonnen energie en fladder ik redelijk opgewekt, positief en hoopvol door mijn nieuwe, werkloze leven. Maar middenin zo’n week, als het gif alle energie heeft opgeslurpt, ben ik mentaal niet zo zonnig. Sterker nog, dan verword ik tot een grumpy persoonlijkheid: niets interesseert me, niets is leuk. En omdat afleiding zoeken fysiek dan niet lukt, krijgen demonische gedachten alle ruimte in mijn bovenkamer.

Godzijdank herrijs ik steeds na een paar dagen als een feniks uit zo’n impasse en kijk ik weer diametraal anders tegen de wereld aan.

De wederopstanding gaat aanvankelijk echter gepaard met een aan manie grenzende drukte in mijn hoofd. Zodra de raderen in het brein weer op gang komen, word ik overspoeld met ideeën, voornemens, things-to-do die ik bij voorkeur allemaal tegelijk wil uitvoeren. Alsof de ‘schade’ van een aantal apathische dagen onmiddellijk vereffend moet worden. Alleen de gedachten daaraan houden me zeker tot drie uur ’s nachts uit mijn slaap. Mijn chemo-effect: een vluchtige, bipolaire kortsluiting.

Pas als ik na een week ondanks de teruggekeerde fitheid tussen stapels wasgoed en onopgemaakte bedden weer volop aan het procrastineren sla (en de koffie niet meer naar azijn smaakt), weet ik dat ik weer ben verworden tot de vertrouwde versie van mezelf. De fitte dagen vliegen vervolgens voorbij. Van verveling is geen sprake, integendeel, ik snap niet hoe ik het leven ooit met een baan combineerde.

Terwijl ik zeven jaar geleden tussen de chemorondes door alweer vlijtig kleine klussen op kantoor oppakte, blijft het contact met mijn werk nu beperkt tot bijpraten en automatenkoffie drinken.

Destijds voelde ik de dringende behoefte om me zo snel mogelijk weer in het ‘gewone leven’ onder te dompelen en om mijn af toe toch wat benauwende omgeving met peuter en baby te verruilen voor stadse zuurstof. Nu daarentegen roept alles in mij om rust. In mij schuilt nu geen door bikkelende burgemeester van der Laan. Ik neem een zeer bewuste pas op de plaats, die me godszijdank is gegund door baas en bedrijfsarts en mede mogelijk wordt gemaakt door capabele vervangers en een gedreven, zelfstandig team. (In the end zal toch blijken dat managers overbodig zijn…)

En zo brengt mijn ziekte ook positieve zaken met zich mee. Deze onfortuinlijke situatie geeft me de gelegenheid om meer tijd met mijn gezin door te brengen. Er is minder haast thuis. En dat is prettig.

Zoals oudste zoon Stan het laatst verwoordde: ‘Mama, ik vind het eigenlijk best fijn dat jij chemo hebt.’

Behalve meer tijd om écht te luisteren naar mijn kinderen, vaker naast ze in bed te liggen voor het slapen gaan, is er ook tijd voor:
• bezinning: hoe zorg ik dat ik, ook als ik weer gewoon aan het werk ben, die haast uit mijn leven ban (ben ik nog niet achter…)
• lezen over en experimenteren met voeding (hoe maak ik die powervolle rode bieten klaar, zodat ik ze wél lekker vind, wat doe ik met kurkuma?)
• bewegen (fitness en yoga, maar eigenlijk nog te weinig)
• contact met vrienden en familie (dat warme bad waar ik al een tijd inzit, wil maar niet afkoelen)
• filmpjes en foto’s bekijken op internet van stompzinnige katten en moeders van drielingen

Zeker, ik verdrijf ook dagelijks tijd met gepieker.

Wat als de behandeling toch niet toereikend is? Als kwade cellen een tochtje door mijn bloedbaan besluiten te maken en elders de kop op duiken?

Wat als ik mijn kinderen moet vertellen dat ik niet meer beter word? Als Lief in z’n eentje ons mooie gezin moet gaan runnen? We niet samen op de veranda onze oude dag zullen slijten zoals gepland?

Terwijl mijn keel dan dichtsnoert, probeer ik te focussen op wat nu is. Er is geen sprake van een door kanker uitgeteerd lichaam. Er is een solitaire metastase die duchtig te lijden heeft onder het chemogeweld. En die de komende maanden door aanvullende behandelingen (bestraling, wellicht operatie, anti-hormoonkuur) hopelijk definitief wordt geëlimineerd.

Na de volgende scan, begin november, wordt meer duidelijk over de nabije toekomst. Nu zwelg ik eerst een poosje in mijn verrotte chemorans, vastbesloten om daarna snel mijn feniks-vleugels weer uit te slaan!

You feel it burn when you’re knocked down
But let the fire be you crown
Come on, come on, come on, come on
Come on, come on, come on, come on
So go and claim your kingdom
Then slay all your demons

Olivia Holt – Phoenix

borstkankerchemotherapiereflectierust

Pauline van der Kolk • 21 oktober 2017


Previous Post

Next Post

Comments

  1. Joerka Deen 21 oktober 2017 - 10:21 Reply

    Fascinerend. Het verhaal zelf en je vermogen er naar te kijken en over te schrijven.
    Haast zit in jezelf. Ook in mij. Loslaten is waarschijnlijk de oplossing. Minder doen. Kleinere circle of concern.
    Voor kurkuma kijk je bijvoorbeeld naar de Aziatische keuken. Maar vooral: vind de mensen.
    Bieten? In plakjes onder de grill. Ook lekker bij courgettes.
    Dikke knuf en een kus erbij.

  2. Pauline 21 oktober 2017 - 11:10 Reply

    Thanks Joerka

  3. Maria de Ridder 2 november 2017 - 09:06 Reply

    Dank Pauline voor je, hoopgevend, delen van jouw verhaal. Ik kan me op geen enkele manier een voorstelling maken van hoe het is om een jong gezin en kanker te hebben. Het is, voor mij, eerder een groot schrikbeeld. Jouw verhaal, jouw geploeter en openheid haalt de schrik uit mijn beeld. Ik wens je sterkte. Ik hoop dat je al een manier gevonden hebt om de kurkuma te verwerken? Ik doe het, samen met een beetje zwarte peper vanwege de opname, door mijn vruchten en groentesappen. (https://wordpress.com/posts/mariaderidder.nl?s=aannames). Smaakt prima 🙂

  4. NicoleSmall 21 december 2017 - 17:13 Reply

    I have checked your website and i have found some duplicate content,
    that’s why you don’t rank high in google, but there is a tool that can help
    you to create 100% unique content, search for;
    Boorfe’s tips unlimited content

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *