6

Littekens op de huid en in de ziel

Het litteken begint zes centimeter onder mijn rechterborst. Het loopt schuin omhoog richting mijn oksel. Een scheur van acht centimeter meandert licht over mijn huid. Ik bestudeer ‘m in de spiegel en probeer me te verhouden tot mijn veranderde lichaam.

Ik moet denken aan een vakantie in Frankrijk, ruim vier jaar geleden. De tent stond nog niet, maar driejarige dochter was er al op haar vouwfiets vandoor, stoof een hellinkje af en vloog ondersteboven.

Klets, haar voorhoofd op ’t grind. Ik moest me inhouden om het niet met haar uit te gillen.

Een aardige campingbuurman bracht ons naar een naburig ziekenhuis. Daar werd de krater in het koppie van mijn kleine meisje onder plaatselijke verdoving gehecht. Nu nog kan Julia in detail vertellen hoe we de wachttijd in de smoezelige Franse behandelkamer doorbrachten. Het voorval, dat diepe indruk op haar maakte, vormt haar eerste jeugdherinnering.

Ook bij mij staat deze onfortuinlijke start van die kampeervakantie in mijn geheugen gegrift. Niet alleen omdat ik begaan was met het verdriet en de pijn van mijn peuter, maar ook omdat ik treurde om haar tere, tot dan toe volledig ongeschonden huidje, dat voorgoed getekend zou worden door een gemene kras. Ik herinner me de machteloosheid die ik voelde bij de aanblik van mijn gehavende kind. Ik had haar niet kunnen beschermen.

En ik wist, dit is nog maar het begin. Er zullen nog vele krassen volgen.

En dat besef deed pijn, want kinderen mogen niet stuk. Dat kunnen ouders namelijk niet verteren.

Ik denk aan mijn moeder, de vrouw die mij ooit heeft gedragen en op de wereld heeft gezet, puntgaaf. De huid van haar kleine meisje dat ik ooit was, is uiteengereten, op twee plekken. Gekwetste huid, niet alleen aangeraakt door geliefden, maar bekeken en betast door reeksen artsen en verpleegkundigen. Ze aaiden, ze kneedden, ze tekenden, tatoeëerden en sneden. Niet onverdienstelijk overigens. De eerste wond, ruim zeven jaar oud, is mooi geheeld. Sterker nog: er zijn zelfs zorgverleners die in eerste instantie over het hoofd zien dat mijn linkerborst niet geheel een product is van Moeder natuur.

In de ranglijst van goed gelukte neptieten, scoort de B-cup die mijn plastisch chirurg mij heeft bezorgd, ongetwijfeld hoog.

‘Ze had haar handtekening eronder moeten zetten’, opperde een collega-arts eens bewonderend.

Mijn nieuwste aandenken aan de OK springt nog wél opvallend in het oog. Ik laat mijn moeder de scheur zien. Een dieprode snee, de huid eromheen vurig door de bestralingen. Ze bestudeert het aandachtig. Ik hoef niet te raden hoe ze zich voelt. Ik weet het. Ik ben ook een moeder. De littekens op mijn huid vindt ze niet het ergst, maar ze is bang voor littekens op mijn ziel en ze is bang om me te verliezen aan die ellendige kanker. Ze wil me namelijk nog niet kwijt.

Ik wil mij ook niet kwijt. En ik gun mijn ouders hun dochter en Lief zijn vrouw, maar bovenal wil ik niet dat mijn kinderen mij kwijt raken. Negen van de tien keer dat ik aan doodgaan denk, en dat doe ik dagelijks, denk ik niet aan alles wat ik zelf moet gaan missen, maar aan wat mijn kinderen moeten missen.

Ik ben namelijk, zonder aanmatigend te willen zijn, ‘de allerliefste moeder van de hele wereld’.

Dat is althans wat mij dagelijks wordt toevertrouwd (in het bijzonder als mijn complimenteuze bloedjes op de iPad willen minecraften of een graai in de snoeptrommel willen doen). En hoe het ook zij, ze kunnen beter krassen op knieën krijgen en hechtingen in hoofden, dan dat ze op jonge leeftijd moeten dealen met zo’n groot gemis. Over littekens op de ziel gesproken…

Is er een concrete aanleiding om daar zo over te tobben? Nou nee, de kanker in mijn lijf is grondig aangepakt. Met chemo, een operatie en tot slot bestralingen. Die bestralingen, daar hadden we niet helemaal op gerekend trouwens. De bedoeling was immers dat alles na het snijwerk in december klaar zou zijn. Schluss. Helaas had mijn chirurg vlak voor kerst een teleurstellende mededeling: bij het weefselonderzoek bleek dat de snijvlakken net niet helemaal schoon waren. Op één plekje, in de tussenribspier, waren onder de microscoop nog enkele foute cellen aangetroffen.

Ja, daar baalde hij zelf ook enorm van. Hij vermoedde overigens dat de laatste kwade cellen in het lijf wel het loodje hadden gelegd tijdens het wegbranden van het spierweefsel, maar zeker weten deed hij dat natuurlijk niet.

Dus of ik schoon was, daar durfde hij zijn hand niet voor in het vuur te steken.

Tegelijkertijd wist hij me wel gerust te stellen: ‘Als het nog niet weg is, dan krijgt de bestraling het wel weg.’ En op mijn aarzelende vraag ‘Zitten we nog steeds op het curatieve spoor?’ antwoordde hij volmondig: ‘Ja, absoluut!’

Kijk, dat soort antwoorden, daar houd ik van. Ik laat me aan het begin van het nieuwe jaar, het jaar van mijn comeback, dan ook niet uit het veld slaan. Ik wilde het totaalpakket, ik krijg het totaalpakket. Prima, dan gaan we ook nog bestralen. Burn baby burn!  23 keer mag ik komen opdraven in het UMCG. 23 retourtjes Appelscha – Groningen met de taxi, 23 keer tien minuten onder een futuristisch apparaat dat zijn onzichtbare, maar vernietigende kracht op mij loslaat. Ik ben niet bang, wel moe. Ik heb vertrouwen in de behandelingen en mijn nieuwe voedselpatroon sterkt mijn gevoel dat ik op de winnende weg ben.

‘Missie eliminatie kanker bijna voltooid’, prent ik mezelf dagelijks in, terwijl mijn kaken braaf biologische bietjes, wortels, kastanjechampignons en avocado’s vermalen.

Ook slaap is heilzaam, weet ik. En voor het eerst in tijden slaap ik eindeloos zonder schuldgevoel. Ik hartje mijn bed. Als de kinderen op school zitten, speel ik Doornroosje. Geef ik me over aan de zware deken van vermoeidheid die geregeld om me heen hangt. Trek ik me terug in mijn huiselijke cocon. Bivakkeer ik halve etmalen bewusteloos op onze zachte boxspring. Tijdens rozige sluimermomenten sneert er wel eens een Calvinistisch stemmetje in mijn hoofd dat beweert dat ik iets nuttigs moet gaan doen. Maar dan houd ik me doof en draai ik me wijselijk op mijn andere zij om genoeglijk weer weg te zakken. Eigenlijk vind ik dat ik de buitenwereld weer eens wat van me moet laten horen, maar steeds als ik kan kiezen tussen blog of bed, wint het bed.

En zo steven ik haast ongemerkt af op het eind van een lange behandelperiode. Morgen aan het eind van de dag word ik, na driekwart jaar behandelen, voor het laatst bestraald. Maar gek is dat, ik voel me niet opgelucht of euforisch. Nu de kanker weg is (daar moet ik in elk geval maar van uit gaan), is er, heel geniepig, iets anders voor in de plaats gekomen. Angst. Uiteraard kwam angst wel eens vaker om de hoek kijken het afgelopen jaar, maar meestal wist ik dit verlammende gevoel succesvol op afstand te houden.

En nu, nu er niets meer te vergiftigen, weg te snijden of te verbranden valt, nu ben ik opeens wel bang.

Bang dat het allemaal tevergeefs is geweest. Bang voor een recidive. Spanning in de onderbuik? Ik denk: een uitzaaiing in de eierstokken. Een paar steken in mijn hoofd: het is mis in de hersenen. Een pijnlijke onderrug: de kanker vreet zich een weg door mijn botten.

Ik heb nooit gedacht: waarom ik? Waarom ben ik ziek geworden? Eén op de acht vrouwen krijgt borstkanker, één op de drie mensen krijgt kanker. Ik ben realistisch en nuchter genoeg om te beseffen dat dit lot dus ook mij gemakkelijk kon treffen. Maar het optimisme en vertrouwen waarmee mijn nuchterheid meestal gepaard gaat, laat het nu, aan het einde van het traject, even afweten. Nu denk ik: waarom ik niet? Ja, ik ben relatief jong, fit, strijdvaardig en positief ingesteld. Maar er zijn helaas wel meer jonge, fitte en positieve mensen geweest die het moesten afleggen tegen kanker. Mensen die wekelijks kilo’s verse groenten weg kaanden en net zo min gemist konden worden als ik.

Ach, ik weet dat ze erbij horen, perioden met weinig opwekkende gedachten. Dat ze vrijwel iedere (kanker)patiënt zo nu en dan overvallen. Ik weet dat deze gedachten, mits ze niet bewaarheid worden, weer overwaaien en prijs me gelukkig dat ik er vaker niet dan wel last van heb. En ik weet ook waardoor ze nu, naast het feit dat er vanaf morgen niks meer actief wordt bestreden, getriggerd worden.

Iemand die ik ken is doodgegaan.

Mijn fitnessinstructeur Yvo is dit weekend overleden aan de gevolgen van uitgezaaide maagkanker. Na onze verhuizing, een jaar geleden, leerde ik hem kennen. Toen in juni bleek dat ik ziek was, toonde hij zich betrokken en meelevend. Dacht met me mee over trainen tijdens ziekte en behandelingen. Een maand later bleek hij zelf ziek. Ernstiger dan ik.

Opeens waren de rollen omgedraaid. Stond ik aan de ‘goede’ kant van de lijn.

Af en toe spraken we elkaar nog, in de sportschool en twee weken geleden toevallig in het ziekenhuis. Het ging over behandelingen, voeding en over hoop. Want tegen beter weten in, hield Yvo hoop. Hij zette zichzelf op een drastisch dieet, haalde alles uit de kast om zijn onherroepelijke prognose uit te gummen, om een lange neus te kunnen maken naar statistieken, om die ene uitzondering te zijn… Het mocht niet baten. In november gaf hij nog een spinningles, vierde hij in een discotheek al platen draaiend zijn vijftigste verjaardag. Nu is hij dood.

Mijn hart gaat uit naar zijn gezin, zijn dierbaren, de medewerkers van zijn sportschool.

Yvo’s kinderen, een stukje ouder dan de mijne, zullen verder moeten zonder vader. En hoewel ze zich dat nu misschien nog niet kunnen voorstellen, gaat hen dat vast en zeker lukken. Want mensen zijn veerkrachtig. Er zullen betere tijden komen, waarin het litteken blijft, maar zal blijken dat vreugde naast verdriet kan bestaan.

Ik denk weer aan mijn eigen littekens en besef: mijn moeder hoeft niet bang te zijn voor littekens op mijn ziel. Die zitten er namelijk al. Hoe kan het ook anders, de afgelopen turbulente jaren hebben diepe indruk gemaakt. Dat geeft niet.

Ook mentale littekens houden een keer op met jeuken en pijn doen. Het gaat erom dat we ze accepteren, net zoals we doen met de onuitwisbare sporen op de huid.

En hoezeer ik mijn kinderen ook wil behoeden voor pijn en verdriet, ik zal moeten accepteren dat mij dat niet altijd zal lukken. En dat dat niet erg is. Want als ik zelf ondanks mentale kwetsuren gelukkig kan zijn, dan kunnen mijn kinderen dat toch ongetwijfeld ook?

Hm, het begint er bijna op te lijken dat ik al die uren in die boxspring van ons naast Boeddha heb gespendeerd. Dat is niet het geval. Ik lag gewoon naast mijn weliswaar wijze, maar nog niet verlichte Lief, die er de komende weken in Yvo’s sportschool alles aan wil doen om iedere gelijkenis met Boeddha te ontkrachten. Ik hoop nog heel lang naast hem te vertoeven. En ik hoop na morgen, na de laatste bestraling, de angst weer van me af te schudden, mijn coconnetje voorzichtig open te breken en de wijde wereld weer in te trekken.

Het is 2018. I’ll be back!

Namasté ?

 

littekenrecidive

Pauline van der Kolk • 13 februari 2018


Previous Post

Next Post

Comments

  1. Maria de Ridder 13 februari 2018 - 09:58 Reply

    Dank je!

  2. Ina 13 februari 2018 - 11:24 Reply

    Lieve Paulien, wat een talent heb jij , en wat een kracht spreekt hieruit.
    Gisteren is een herinnering
    Vandaag is een geschenk
    Morgen is in Gods Hand.
    Liefs, Ina in het bijzonder voor de kinderen.

  3. Anneke 13 februari 2018 - 18:40 Reply

    Dankjewel, dat je je angsten, belevenissen en wijze woorden met ons allemaal wilt delen. Je raakt me elke keer enorm. Wie weet, staan we nog een keer naast elkaar in de Alpha. Ik hoop het heel erg!

  4. Mickey 17 februari 2018 - 09:59 Reply

    Ik herken zo wat je schrijft. Dat, wanneer het behandelen klaar is, de angst je overvalt en elk pijntje in je lijf wordt uitvergroot en je bang bent voor “opnieuw”. En het “waarom ik”of “waarom ik niet”? Waarom mag ik nog even door en heeft een ander die mazzel niet? Er is geen antwoord, en je kunt het niet beïnvloeden. En dat vind ik nog wel het engste, ik ben niet in controle.
    Daarom, en om te steunen, te vieren en te gedenken loop ik op 26 en 26 mei mee en sta stil bij kanker tijdens de Samenloop voor Hoop hier in Haaglanden. Voor jou, mezelf en vele anderen. Ik denk aan je!

    • Pauline van der Kolk 18 februari 2018 - 15:15 Reply

      Dankjewel Mickey en veel succes op 26 mei. Goeie actie! Wat fijn dat lopen weer lukt!

  5. Anoniem 18 februari 2018 - 10:56 Reply

    Wat een verhaal, petje af hoe jij het zo eerlijk en oprecht omschrijft.
    Hopelijk komt het vertrouwen in je lichaam snel weer wat terug en overwint het genieten van de angst.

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *