8

Reset van een onbekommerd leven: de kanker is terug

‘Dus het is einde oefening?!’ Het is een wanhopige vraag en een botte conclusie tegelijkertijd. Ik kijk in de meelevende, helderblauwe ogen van de arts-assistent. ‘Dat hoeft niet’, zegt ze zacht.

Het is half juni. De jonge vrouw tegenover mijn Lief en mij heeft ons zojuist de uitslag gegeven van een botscan. Slecht nieuws. De kanker is terug. Of juister gezegd: hij is er nog steeds. Het pijnlijke plekje op een van mijn rechterribben is hoogstwaarschijnlijk een uitzaaiing van de borstkanker uit 2010. De kanker die we verslagen achtten, blijkt toch niet volledig te zijn uitgeroeid door het geweld van een operatie, chemo- en hormoonkuur.

Ik kan niet huilen. Ik voel me leeg, onwerkelijk. Lief pakt mijn klamme hand. ‘En nu?’ Ik vraag het zakelijk, haast dwingend. Mijn stem klinkt rauw. Zacht verhaalt de arts over vervolgonderzoeken: een botpunctie om het verdachte weefsel nader te onderzoeken en een scan van het hele lichaam om te bekijken of zich ook op andere plekken kwaadaardige cellen hebben genesteld.

Prognoses, perspectieven, daarover kan ze nog niets zeggen.

‘Maar als de uitzaaiing beperkt blijft tot een stuk rib, is er een kans op genezing’, besluit ze.

De tranen komen later. Als het besef doordringt dat ons leven, hoe dan ook, weer een totaal onbedoelde kant op zal gaan. Ons leven, dat we juist weer zo lekker op de rit hadden. De kanker, een afgesloten hoofdstuk, niet verdrongen, wel verwerkt. De kinderen gezond en wat groter, minder zorgbehoeftig. Meer tijd voor onszelf, voor nieuwe plannen en perspectieven. Een carrière-switch voor Lief. Een verhuizing naar ons droomhuis op een droomplek. In Pipi-Langkousstijl: van hout en met veranda, in een dorp aan de rand van het bos. En… een huwelijksaanzoek. De voorpret voor ons trouwfeest in september is in volle gang.

Ik ben me bewust van ons geluk. ‘Wat hebben we het goed hè?’, herhaal ik met enige regelmatig tegen Lief, als we bij de houtkachel op de veranda zitten en luisteren naar de vogels.

Of als we in de zon op het bankje bij het tuinhuisje zitten, de bloeiende tuin overzien en kijken naar ons dollende kroost.

Ik huil als de verdoving van de onheilstijding plaatsmaakt voor nieuw realiteitsbesef. Net als ruim zes jaar geleden, toen ik hoogzwanger van mijn roze wolk werd gestoten, zal weer een hoogtepunt van ons leven, ons huwelijk, overschaduwd worden door ziekte en onzekerheid. Als we verslagen het ziekenhuis uitlopen, bijt de angst zich vast in mijn lijf. Doemscenario’s en pijnlijke beelden buitelen over elkaar heen in een op hol geslagen brein. Een brein dat nog maar aan één ding kan denken: de kinderen. Hoe moet het nu met de kinderen?

Gelukkig lukt het ons om onze zorgen en angst niet gelijk op de kinderen over te dragen. Als we ze uit school halen, leggen we rustig uit dat we verdrietig zijn, omdat ik een zieke rib heb, net zoals ik eerst een zieke borst had. Erg onder de indruk zijn ze niet. Van die zieke borst werd ik weer beter, weten ze. Dus zal die rib ook wel weer beter worden. Na een knuffel gaan ze weer tot de orde van de dag, onze acht-, zes- en vijfjarige. We laten het maar even zo.

Laat ze maar springen op de trampoline. Ik gun mijn vrolijke, uitbundige kinderen voorlopig geen nachtmerries.

Maar au, wat doet het pijn, als ik ze gadesla en denk aan hun mogelijke, toekomstige verdriet.

De pijn blijft steken, de dagen erna, want steeds blijven gedachten zich opdringen aan een horizon die veel te dichtbij staat. Een bejaard echtpaar dat samen rondsnuffelt in de supermarkt stemt me al treurig. Hoeveel tijd hebben Lief en ik nog samen? Vlaggen die uitgaan voor geslaagde examenkandidaten, brengen me van mijn stuk. Ga ik dat meemaken bij mijn kinderen? Gedachten die gif vormen voor de ziel. Maar ik weiger me te laten vergiftigen.

Het tegengif blijkt communicatie. Lief en ik praten. We houden elkaar vast. We beloven elkaar dat, hoe lang onze tijd samen ook zal zijn, we blijven genieten, leuke dingen gaan doen. En het lukt ons wonderwel snel om ‘te resetten’, van een behoorlijk onbekommerd leven naar een leven met weliswaar zorgen, maar waarin nog steeds heel veel de moeite waard is. De warme deken van liefde en aandacht die dierbaren om ons heen leggen, bevestigt dat. En het helpt bij het resetten naar ons nieuwe leven. Enorm.

Na anderhalve week volgt er opluchtend nieuws: op de lichaamsscan zijn geen andere, zichtbare uitzaaiingen te zien. Godzijdank. Even hopen we dat het allemaal een foute grap is, dat er alleen littekenweefsel op mijn rib zit. Of zoiets. Maar de uitslag van het biopt bevestigt wat al werd gevreesd: ik heb een ‘solitaire metastase’ van de borstkanker.

Het woord ‘solitair’ schenkt me dan wel weer enig genoegen. Hij zit daar dus in z’n uppie, die metastase. Eenzaam zonder vriendjes.

En hij moet weg, uiteraard. Maar de dokter die de biopt-uitslag geeft, kijkt er moeilijk en somber bij. Hij lijkt er zo weinig fiducie in te hebben dat ik me opnieuw lamgeslagen voel.

Hoe anders is het bezoek aan mijn vaste oncoloog, enkele dagen later. Monter stelt ze voor om ‘een roze bril’ op te zetten, als ze met ons het aanvalsplan tegen Mister Metastase doorneemt. De situatie is zorgelijk, maar er is hoop. En o ja, ze doet niet aan valse hoop. Vooralsnog niks einde oefening. De behandeling is curatief van aard, ofwel: gericht op genezing. Ze somt de opties op: chemo, bestraling, anti-hormoonkuur en benadrukt dat ik er goed over moet nadenken of ik dat allemaal wil.

Dat nadenken kost me nog geen twee minuten. Ik ga voor het totaalpakket.

Ik voel strijdlust opkomen en vraag of ik gelijk aan het infuus mag. Mevrouw de oncoloog snapt mijn ongeduld en regelt dat ik al twee dagen later mijn eerste chemo-shot kan halen.

Het begin van de behandeling markeert een verandering in mindset bij Lief en mij. Er gebeurt wat, actie in de taxi! Dat voelt goed. Doemscenario’s geven voorzichtig ook ruimte aan vergezichten, aan hoop. Het kán ook goed gaan. Totdat het tegendeel wordt bewezen, leef ik gewoon. Ik ben geen meelijwekkende outcast: het leven is net zoveel van mij als van ieder ander. We besluiten dat ons huwelijk in september gewoon doorgaat en plannen spontaan een vakantie met lieve vrienden. Trouwvoorpret, chemokuur, een vervroegde trouw-fotoshoot, haaruitval, wijn voor de tent, koffiedrinken op het werk, ziekenhuisbezoek, visite van vrienden en familie, goede gesprekken, lol met de kinderen, het blijkt allemaal naast elkaar te kunnen bestaan.

De kinderen schrikken wel als we ze, na de biopt-uitslag, vertellen dat mijn rib ziek is door kanker. We zitten samen op de bank. Kanker, weten ze, is erg. De onvermijdelijke vraag komt: ‘Ga je dood mama? Dat wil ik niet hoor!’ Lief legt uit: ‘Iedereen gaat een keer dood. Ook mama. Maar we hopen dat dat nog héél lang duurt. En de dokters gaan hun best doen om mama beter te maken.’ Vijfjarige Maarten zit op mijn schoot, omhelst me, legt dan zijn oor tegen mijn linkerborst en stelt vast: ‘Nou, je hart klopt nog hoor.’ Ik glimlach om zijn ontwapenende koppie en probeer er voorzichtig op te vertrouwen dat mijn hart blijft kloppen. Nog heel lang en gelukkig.

 

 

borstkankerhoopperspectiefresetuitzaaiing

Pauline van der Kolk • 20 augustus 2017


Previous Post

Next Post

Comments

  1. Henk 20 augustus 2017 - 03:30 Reply

    Pauline. <3

  2. Marga 20 augustus 2017 - 03:50 Reply

    Mooi. Dapper doorgaan. Sterkte een geniet.

  3. Floor 20 augustus 2017 - 08:07 Reply

    <3 prachtig geschreven! En die Maarten, wat een heerlijk kind toch!! Dikke kus

  4. Marjan 20 augustus 2017 - 08:28 Reply

    Pauline, wat ben je toch een mooie vrouw! ❤️

  5. Peter 20 augustus 2017 - 14:57 Reply

    Wat een levensmoed en wat een levensvreugde.
    In Dickens’ David Copperfield legt iemand haar motto uit aan een ander: “We must meet reverses boldly, and not suffer them to frighten us. We must live misfortune down!”
    Zelden heb ik dat motto zo helder geïllustreerd en toegepast gezien als in jouw verhaal.

  6. Elja 20 augustus 2017 - 17:59 Reply

    Oooohhh verdomme. Sterkte!!

  7. Kitty Kilian 21 augustus 2017 - 08:21 Reply

    ‘het leven is net zoveel van mij als van ieder ander.’ – sowieso! Wat een tegenvaller. Sterkte bij die rotbehandelingen!

  8. Renate Mintjes 22 augustus 2017 - 13:27 Reply

    Mooi Mens!

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *