1

Mijn lichaam, een gevaarlijke dansvloer

September 2011. Na een jaar, waarin ik een kind rijker en een borst armer werd, heb ik mijn leven weer op de rit. Met de eerste reconstructieoperatie is de weg naar symmetrie weer ingezet. Er groeit weer haar op mijn hoofd. Ik werk weer volledig. Ik rouw om het verlies van mijn vruchtbaarheid veroorzaakt door de pillen. Maar bovenal prijs ik me gelukkig met twee gezonde kinderen.

Ik verlang naar een rustig, kabbelend najaar, maar het loopt anders.

Alsof de rit in de rollercoaster nog niet heftig genoeg was… Nee, we krijgen er nog een paar linke loopings bij.

Wat een toegift: Leven en Dood voeren een merkwaardige pas-de-deux uit, met mijn lichaam als gevaarlijke dansvloer. Maar Leven leidt.

Want terwijl er het afgelopen jaar van alles in mijn lichaam is gepompt om de dood op afstand te houden, is het weer bron van nieuw leven geworden. Tegen alle voorzorgsmaatregelen, behandelingen en medische bedoelingen in. Weer vermeerderen zich in rap tempo cellen in mijn lijf. Maar nu niet in de vorm van een kwaadaardige tumor.

Enkele dagen eerder was ik opeens gek geworden van onrust. Ik was wat aangekomen, had overgegeven, vermoeide benen. Zou ik zwanger zijn? Uitgesloten. Dat kon niet en dat mocht niet. Maar de gedachte aan het onmogelijke nestelde zich in mijn hoofd. Totdat ik op een maandag stante pede over een stickje wilde plassen, de kinderen op de fiets hees en richting drogist koerste.

Thuis aangekomen plant ik de kinderen voor de televisie, trek ik me terug in de badkamer en scheur ik de test uit de verpakking. De gebruiksaanwijzing lezen is niet nodig. Drie minuten wachten trouwens ook niet.

Pats, een roze streep. Pats, nog één. Dus toch! Ik wist het. Slik. Traan. Nee, niet nu. Ik moet naar beneden, naar de kinderen.

En ik moet bellen, met Lief, met de huisarts. Terwijl Lief naar huis rijdt en de huisarts een gynaecoloog probeert te bereiken, speel ik met de kinderen alsof ik niet zojuist ons leven overhoop heb geplast.

Die avond liggen we verward en verdrietig in bed. Mijn vorige zwangerschap fungeerde als pokon voor een hormoongevoelige tumor. Ik was kortgeleden nog onder narcose geweest. Slikte medicijnen die niet samengaan met zwangerschap…  We waren ervan overtuigd dat deze zwangerschap om medische redenen afgebroken moest worden. Beter voor mij, beter voor het kindje.

Ik laat ik mijn handen zeker een half uur op mijn buik rusten. Nu ik de test heb gedaan, weet ik het zeker: dit zijn geen opspelende darmen. Darmen bewegen niet spontaan naar je hand toe. 

De volgende dag bevinden we ons in een donker kamertje in het ziekenhuis.

Het echo-apparaat heeft mijn buik nog nauwelijks beroerd, of we zien het duidelijk in beeld: een hoofdje, bewegende ledematen, een kloppend hartje. We zijn niet eens verrast. Wel ontroerd, verward, verdrietig. We kijken naar een verboden vrucht. Ook al mag het er eigenlijk niet zijn, dit kunnen we toch niet afbreken? Maar wat als dit leven mijn dood betekent? En wat zijn überhaupt de kansen voor dit kindje, dat zo nodig in een chemisch vat moet groeien?

De gynaecoloog bestudeert nauwgezet de beelden, verricht metingen. Onze filmster is al ruim twintig weken oud. Oei, dat is behoorlijk wat. Ze prijst het kleine mensje de hemel in. Alles ziet eruit zoals het hoort.

Meer uitgebreide onderzoeken volgen. Totdat we van de specialisten groen licht krijgen. Ik mag de zwangerschap uitdragen. Wat een opluchting.

‘Zullen we het dan maar leuk gaan vinden?’ stelt Lief voor. Ik glimlach en vraag of hij ook een sterke bloem kent, die tegen de verdrukking in blijft groeien. Misschien moeten we ons kind daarnaar vernoemen. Lief blinkt niet uit in botanische kennis. ‘Paardebloem’, is zijn suggestie.

De resterende weken van de zwangerschap zit ik niet op een roze wolk. Er is veel te regelen. Ik ben gespannen, bezorgd en pieker me suf. Komt het wel goed met dit kindje?

De yogajuf is ervan overtuigd. ‘Dit kindje is sterk en wil er heel graag zijn. Het heeft zich niet voor niets zo lang stilgehouden.’ Ik kijk naar haar rustige gezicht. Haar woorden ontroeren mij. De feiten zijn hard maar waar: als we de zwangerschap in een eerder stadium hadden ontdekt, was dit kindje er hoogstwaarschijnlijk niet geweest… Maakt het uit of ik al dan niet in het boeddhisme geloof? Ik word warm, rustig en blij bij de gedachte dat dit kindje er graag wil zijn én dat het bij mij wil groeien. Is dat niet voldoende?

Ik baal ervan dat ik me twintig weken niet bewust ben geweest van het kindje dat in mij groeide. Voel me er schuldig over. Haptonoom Ingrid helpt me om de zwangerschap te bevatten.

‘Laten zijn en laten geworden, dat is het enige waar het nu om gaat’, stelt ze in nuchter Gronings. Zo is het. Ik plaats mijn handen op mijn buik, steeds op verschillende plekken. De baby  begint zich nu te roeren, steeds duidelijker worden zijn bewegingen. Waar mijn handen gaan, gaat de baby. Zodra de haptonoom haar hand op mijn buik legt, houdt-ie zich stil. Hoe bijzonder. Het contact met de baby is sterk. Heel sterk.

‘Je hebt veel liefde te geven’, stelt de haptonoom. Vertel mij wat. Ik stroom over van liefde. Letterlijk. Het druppelt uit mijn ooghoeken.

Tranen, niet van angst of verdriet, maar van  vreugde om nieuw leven dat gaat komen.

Het nieuwe leven diende zich aan op 13 januari 2012. We werden trotse ouders van een gezonde zoon. We noemden hem geen paardebloem, maar Maarten. Betekenis: kleine strijder. Zondag wordt onze kleine strijder 1 jaar. Hij lacht vaak en veel. Als hij dan stralend naar mij kijkt, voel ik iets dat het meest lijkt op verliefdheid. Wat houd ik veel van dit wonder. En van het leven.

borstkankerchemokuurverrassingskindwonderkindzwangerschap

Pauline van der Kolk • 11 januari 2013


Previous Post

Next Post

Comments

  1. TawnyaSmall 14 december 2017 - 20:09 Reply

    I have checked your site and i have found some duplicate content, that’s
    why you don’t rank high in google’s search results, but there is a tool that can help you to create 100% unique content, search for; Boorfe’s
    tips unlimited content

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *