1

Het hijgende stressspook en de hangende wangen

Stress. Ik had deze week stress. Fnuikende, knellende, opfokkende stress. Dat zat zo: Ik was het weekend de hort op geweest. Twee dagen zonder man en kinderen maar mét vrienden in een herenboerderij op de Veluwe. Dát leverde nog geen hartkloppingen op. Wel slaapgebrek en buikkrampen, van het lachen. (Mijn vrienden zijn begiftigd met een blaas-tartend,  verfijnd gevoel voor perverse humor.) Vervolgens was ik twee dagen thuis en daarna moest ik weer op pad. Voor een training dit keer. Drie dagen en nachten in een hotel aan zee. Omwille van mijn persoonlijke ontwikkeling. Cadeautje van de baas.

In die tussenliggende dagen werd ik dus gek.

Het huis wilde gekuist. Kleuters hingen aan mijn knieën, tetterden in mijn oren. Mamamamama! Hevig strijdend om aandacht, liefde, een luisterend oor en een schoon achterwerk. Mijn werkagenda stond bol van Heel Belangrijke Afspraken.

Mijn mailbox stroomde -plopplop- vol met Heel Belangrijke Berichten. En school spamde ons, arme overspannen ouders, onafgebroken met verzoeken en bevelen omtrent sportdagen, koningsontbijt, jarige juffen, de wandelvierdaagse en de schoonmaakdag.

En al dravende, buitelden woorden en zinnen in mijn hoofd. Die wilden eruit omdat ik in een vlaag van bewustzijnsvernauwing het onzalige plan had opgevat om te gaan bloggen.

Het was te veel. Mijn heus lenige brein deed nog wat pogingen zich op te rekken, totdat het vileine stressspook toesloeg. Met zijn onzichtbare tentakels snoerde hij mijn keel dicht, joeg mijn hart op en blies duizelingen in mijn hoofd.

Maar voordat het spook me kon vloeren sloeg ik terug. Met mijn adem. Ik dacht aan mijn yogajuf. Adem in. Adem uit.

Ik dacht aan wangen die ik van haar naar de grond moest laten hangen, een voorhoofd dat ik rimpelloos en zacht moest maken.

Ik deed het. Ik ben best een getalenteerd wanghanger, moet ik zeggen.  En onderwijl vroeg ik mij af: ‘Wat is dit? Ik ben verdomme veertig!’ Veertigers laten zich niet meer opfokken. Wij zijn gepokt en gemazeld in de stressbeteugeling. Been there, done that. We zijn mindfull mama’s,  we hebben geleerd ons ‘life’ te ‘hacken’, we go with the flow, onthaasten ons suf, relativeren er op los en reflecteren tot verblinding er op volgt.

Ik wist weer wat me te doen stond. Ik plantte mezelf op Pluto en overzag op lichtjaren afstand mijn hijgerig geploeter. En stelde mezelf de vraag wat er mis zou gaan als ik alles op z’n beloop zou laten. Ik had het helder op mijn netvlies: ik zou mijn betrekking als managende ambtenaar verliezen. Oudste zoon zou vanwege mijn slechts geveinsde belangstelling voor zijn van lego gefabriceerde monsters vroeg of laat op de divan van een duurbetaalde psycholoog belanden. Schoolpleinmoeders zouden me vanwege het niet op de juiste momenten regelen van cadeautjes/ontbijtspullen/sportoutfits in de ontaarde-moeder-ban doen. Dochter zou hierdoor getraumatiseerd raken.

Lief zou in ons groezelige huis uitglijden over de kattenkots en buiten westen raken.

Jongste zoon zou daardoor tevergeefs roepen om wc-assistentie en uiteindelijk een wanhopig poepspoor door het huis trekken.

Was dat alles? Viel reuze mee. Ik zoomde van bovenaf in op een ander stukje aarde. Stelde vast dat het veel erger kon. En dat ik daar ook weinig aan kon doen. Ik daalde af, overlaadde mijn dierbaren met een voorraadje liefde, pakte mijn spullen en sloeg de deur achter mij dicht. Op pad om mezelf te ontwikkelen.

Daar ging ik. Met hangende wangen naar het hotel aan zee.

Pauline van der Kolk • 20 april 2016


Previous Post

Next Post

Comments

  1. Leven in het interbellum |

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *