Lui zijn is het nieuwe druk

Wie kent ze nog? Van die snoepjes van vroeger met halve spreekwoorden op het wikkel? IJsbonbons heetten ze. Een bedrieglijke, teleurstellende naam, vond ik. Want het waren smerige, mierzoete zuurtjes die niets met ijs of chocolade van doen hadden. En dan die spreekwoorden. Eentje in het bijzonder bezorgde me hoofdbrekens. ‘Ledigheid is…’ hoorde bij ‘…des duivels oorkussen’, was mij verteld. Maar wat in hemelsnaam was ledigheid? En een oorkussen? En wat had de duivel ermee te maken? Eindeloos kon ik er over peinzen, want het was nog in het pré-Wikipediaanse tijdperk.

Later leerde ik dat het spreekwoord zoveel wilde zeggen als ‘met luie mensen loopt het niet goed af’. Maar dat wist ik natuurlijk allang. Op het platteland waar ik opgroeide stond ‘Arbeid Adelt’ in mijn paplepel gekerfd. Daar werd gezwoegd en geboend van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.

Ik hoefde in mijn jeugd  slechts aanstalten te maken om iets te ondernemen dat neigde naar bankhangen of er werd mij verzocht Iets Nuttigs te gaan doen.

Alleen op zondagen was er rust. Dikke, slome rust. Dan werd er gelezen of gewandeld, of we bezochten mijn bejaarde opa in Oudleusen. Zondagsrust was daar overigens betrekkelijk. Opa’s kleine huiskamer stond blauw van sigaren-en sigarettenrook en een inwonende oom, een  verstokte vrijgezel,  liet ongevraagd krakerige geheime-zender muziek door de benauwde ruimte  schallen, waardoor converseren schier onmogelijk werd. Maar dat deerde niet, want al om 12.00 uur, voordat de zondagse groentesoep werd geserveerd, zaterdags bereid met het aftreksel van vettig varkensafval, kwam er jenever, bier en advocaat op tafel.

Voor mijn zus en mij was er daarentegen weinig vertier. Zulke zondagen stonden gelijk aan verveling. Landerig herlazen we ‘Pitty naar kostschool’, bladerden we voor de derde keer in de Debby of speelden we galgje terwijl de tijd tergend traag voorbij kroop.

De koekoeksklok die sloeg, dat was wel zo’n beetje het hoogtepunt van de dag. Zeker als dat gebeurde onder het eindeloze gebed, dat pas ophield als mijn oude opa luidruchtig zijn neus snoof.

Ach, landerige zondagen, kom daar nog tegenwoordig nog maar ’s om. Groentesoep en piratenmuziek kunnen me nog steeds gestolen worden, maar wat lijkt ouderwets vervelen mij heerlijk. Als werkende midlife-moeder kan ik snakken naar aanklooi-uren. Zoek ik tevergeefs naar de pauze-knop van de voortdenderende tijd. Naar ledigheid.

Vreemd eigenlijk, terwijl we het steeds belangrijker vinden om kippen te laten scharrelen, koeien te laten grazen en varkens in de modder te laten wroeten, omdat dat bij die beesten aantoonbaar tot minder stress en een betere gezondheid leidt, lijkt de Westerse mensch zichzelf steeds minder scharreltijd te gunnen.

Door de week hokken we onszelf op in klaslokalen en kantoren en in het weekend stappen we bij bosjes in het Rad van Plezier.

Hoppen we van tuincentrum en zwembad naar sportschool en supermarkt. Trekken we langs festivals, familiefeestjes en obligate verjaardagspartijtjes. En zijn we eindelijk thuis, gaan we nog virtueel de hort op. Hangen we te lurken op Facebook, Twitter, Whatsapp en Instagram. We staan nog maar zelden uit. We scharrelen zo weinig.

Ook mijn gezinsleven heeft trekken van intensieve menshouderij.

Maar vorige week had ik er zowaar één te pakken: een lange, luie, lege zondag. Ik nestelde me in de tuin. In plaats van mijn mobiel te bestuderen, observeerde ik minutenlang hoe een hommel zich vastzoog aan de rododendron. Ik nipte nietsdoenerig aan mijn koffie. Ik keek hoe de kinderen vrolijk op hun blote voeten over het gras renden en stelde vast dat er niet werd gejengeld en geschreeuwd. Zouden ze opgelucht zijn, dat ze nergens werden heen gesleept? Dat ze mochten aanklooien? Ik was het wel, opgelucht dat ik niets hoefde, op deze bloeddrukverlagende middag.

Ledigheid zondig? Welnee, lui zijn loont. Lui zijn is heilzaam.

Ik durf stellig te beweren dat de tijd waarin mensen status ontleenden aan drukdrukdruk zijn zo goed als achter ons ligt.

IJsbonbons 2.0: ‘Lui is het nieuwe druk’.

In mij schuilt een hartstochtelijk scharrelmens, heb ik tijdens mijn schaarse, ledige momenten ontdekt. En omdat ik toch voor de duvel niet bang ben, ben ik vastbesloten het juk van drukte af te werpen. De pest is alleen: ik heb zo weinig discipline voor luiheid.

ledigheidLuiheidscharrelmens

Pauline van der Kolk • 23 juni 2016


Previous Post

Next Post

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *