4

Baby in de buik, tumor in de borst

Hoe ziet de wereld eruit als het begrip ‘toekomst’ opeens een andere lading heeft gekregen? Als je je toekomst opeens niet meer ziet als een langgerekt vacuüm waarin alles mogelijk is, maar als een beangstigend overzichtelijke, afgebakende periode? Antwoord: onveranderd.

In het ziekenhuisrestaurant happen bejaarden in rolstoel onverstoorbaar in hun saucijzenbroodje, de verkoopsters in de kiosk verkopen opgewekt hun gezonde smoothies en verpleegsters klossen op hun witte klompen, klepperdeklep, energiek door de ziekenhuisgangen. Alles ziet er even ontspannen en onschuldig uit als kort tevoren, maar ik kijk naar de wereld als naar een prachtig schilderij dat zojuist met een mes is opengereten door een verknipte kunstvandaal.

Het is 28 september 2010. Ik ben hoogzwanger en Lief en ik lopen verweesd door het ziekenhuis nadat we zojuist het tot nu toe akeligste gesprek van ons leven hebben gevoerd.

De dokter had er niet om heen gedraaid. Hij kwam de spreekkamer binnen, gaf ons een hand, ging zitten, keek mij recht in de ogen en zei:

Ik. Heb. Slecht. Nieuws.

‘NEE!’ ik schreeuw. Dit kan niet, dit mag niet. Dit hoort niet bij mij. Ik ben altijd gezond. Ik ben niet iemand voor ernstige ziektes. Ik wil het niet horen. Ik wil niet meer horen. Als ik nog meer hoor, wordt het misschien echt. Dit mag niet echt zijn. Ik wil dat ik het niet had gehoord. Weer een paar seconden terug in de tijd. Terug naar mijn onschuldige, kabbelende, roze bestaan.

Ik kan niet meer terug. De dokter blijft me aankijken en laat een stilte vallen om dat tot me te laten doordringen. Tranen. Een kus van Lief, een omhelzing. ‘Hier heb ik geen zin in’, snik ik tegen zijn hals. Dokter wacht. Als ik kalmeer, begin hij uit te leggen. Het is dus foute boel. Kanker. Een tumor in mijn linkerborst van bijna drie centimeter. Hij had er al geen goed gevoel over tijdens het eerste onderzoek. Het voelde letterlijk niet goed. Toen hij vanochtend binnenkwam, had hij als eerste de labuitslag van mijn biopt opgezocht. En ja, hij wil best bekennen dat hij toen even had gevloekt.

Dat doe ik ook. Ik vloek een lange vloek en kijk de dokter aan. Wat nu? Ik begrijp dat de tumor eruit moet, maar ik kan toch wel rustig eerst mijn kindje krijgen? En hoe ziet zo’n operatie eruit? En dan? Ga ik dood? Dokter vertelt. Over de bevalling, die opgewekt zal moeten worden, over amputatie, chemo, hormoonkuur.

Lief durft De Vraag te stellen. ‘Wat zijn haar kansen?’

Daarover kan de arts nog niets zeggen. Pas na de operatie kan worden onderzocht of ik uitzaaiingen heb. De grond zakt weg onder mijn voeten. Dan staan we weer buiten. Zo dadelijk moeten we praten met de gynaecoloog over het inleiden van de bevalling. Nu moeten we bellen. Gespannen ouders en zussen wachten op telefoon.

Hoe vertel je je ouders dat je ernstig ziek bent? Dat je bezorgd bent om je baby? Dat je bang bent om dood te gaan en een naar beeld op je netvlies hebt van twee kinderen die opgroeien zonder moeder? Als kind schrok ik wel eens wakker uit een nachtmerrie, dan liep ik bibberend naar beneden. De aanblik van mijn ouders die gemoedelijk in de huiskamer zaten, een glaasje water; het was vaak voldoende om weer rustig verder te slapen. Deze nachtmerrie kunnen mijn ouders niet verjagen met een kus of een knuffel, hoe graag ze ook zouden willen.

We zitten in de auto. ‘Bel jij?’, vraagt Lief. Ik schud nee. Mijn keel zit dicht. Die van Lief ook, toch toetst hij het nummer van mijn ouders in. Hij praat met verstikte stem’. Ik wil niet dat mijn ouders verdriet hebben, maar het kan niet anders. Ik hoor hun verdriet door de telefoon, terwijl ik door de voorruit staar.  Of ik wil dat ze vanavond langskomen? Ja, dat wil ik wel. Ik wil wel wegkruipen in de armen van mijn ouders, die me troosten en zeggen: ‘alles komt goed’.

Exact twee weken later, op 12 oktober 2010, zijn we weer in het ziekenhuis.

Vandaag geen gesprekken over pruiken en protheses. Vandaag is roze.

Vandaag wordt onze dochter geboren. Met een lege maxi cosi melden we ons ’s ochtends bij de verloskamer. De weeën worden kunstmatig opgewekt. Dankzij een succesvolle draaipoging, ligt ons kindje niet meer in stuit en wordt ze soepel via de natuurlijke weg geboren. ’s Avonds verlaten we het ziekenhuis, met in onze maxi cosi het mooiste meisje ter wereld.

In de kraamdagen die volgen wisselen roze en grijze wolken elkaar af. Gevoelens van intens geluk strijden om voorrang met angst en verdriet. Ga ik mijn lieve peuterzoon en dat mooie meisje dat in de wieg naast mijn bed ligt zien opgroeien? Hoe ziet ons meisje erover een paar jaar uit, als ze naar school mag? Kan ik dat nog wel meemaken? Ik pieker me een knoop in mijn maag.

Als de pijn in mijn buik me te veel wordt, leg ik er een warm, zacht babylijfje op, dat helpt.

Tien dagen na de bevalling word ik geopereerd. Anderhalve week later, hoor ik dat ik geen uitzaaiingen heb. Mijn kansen zijn goed. De euforie die dat nieuws met zich meebrengt, de aandacht en liefde van familie en vrienden en de kwijlerige peuterkusjes en lieve babylachjes die ik dagelijks ontvang, houden me op de been tijdens de ellendige behandelingen die volgen.

En dan, nog geen jaar na de diagnose en Julia’s geboorte staat ons leven opnieuw op z’n kop. Ik ben ongepland en onverwacht zwanger van een derde kindje. Al twintig weken. Ook dit wonderkind komt, 15 maanden na Julia’s geboorte, gezond ter wereld.

12 oktober 2014. Inmiddels zijn we weer een gewoon gezin geworden. We zijn uit-gerollercoasted.

Julia is vandaag vier jaar geworden. We hebben het gevierd, zoals je verjaardagen van vierjarige meisjes viert: met slingers, taart, kaarsjes en kadoos met veel roze, glitters en prinsessen.

Ze vond dat ze het ‘allermooiste en allerleukste feestje van de wereld’ had. Ik ben trots op ons eigengereide meisje dat me dagelijks de liefde verklaart, wil weten hoe ‘groen’ wordt gemaakt, of vleermuizen lief zijn en vraagt waarom mensen doodgaan en er nieuwe mensen worden geboren en waarom ‘de mensen van vroeger’ niet gewoon blijven bestaan.

Na de herfstvakantie gaat ze naar school. En natuurlijk ben ik daar bij. Ik kan mijn geluk niet op.

 

amputatieborstkankerchemoslecht-nieuws-gesprektumorzwanger

Pauline van der Kolk • 12 oktober 2014


Previous Post

Next Post

Comments

  1. Simone Bosman 12 april 2016 - 09:18 Reply

    O poeh hey! Wat een verhaal, tranen over de wangen! En wat fijn dat het weer goed gaat!
    Gr.sim.

  2. Waarom ik niet alleen een team maar ook tekst wil managen
  3. Over mijn mislukkingen, ploerten en het nog niet mislukte België
  4. Waarom ik niet in het kale-kankermoeder-hokje wil zitten

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *